In de richtlijn wordt tot zorgvuldig graven gerekend dat de grondroerder:

  • ten minste drie en ten hoogste twintig werkdagen voorafgaande aan de aanvang van de graafwerkzaamheden meldt;
  • onderzoek heeft verricht naar de feitelijke ligging van de onderdelen van netten op de graaflokatie
  • ervoor zorgt dat op de graaflocatie de ontvangen gebiedsinformatie aanwezig en duidelijk leesbaar is (denk aan papierformaat)

In de richtlijn is een procesbeschrijving opgenomen met bijbehorende acties zoals:

  • het beoordelen van de ontvangen gebiedsinformatie
  • het (zo nodig) beleggen van vergaderingen met netbeheerders
  • het instrueren van personeel (workshops / toolbox)

Het vastellen van de feitelijke ligging is cruciaal voor een zorgvuldig graafproces. De richtlijn legt deze verantwoordelijkheid bij de grondroerder. Bepaldend is hiervoor de theoretische ligging. als de kabel of leiding , horizontaal gemeten, theoretisch in het graafprofiel of in een strook van 150 centimeter naar de insteken is gelegen, moet de precieze ligging worden vastgesteld. het uitgangspunt van de richtlijn is visuele waarneming. Vooralsnog is in de richtlijn uitgegaan van het graven van proefsleuven.

Bron: Publicatie CROW 250